###MENU###
home
helpdesk
contact
disclaimer

 

Hoofdstuk 17

OOG

 

ANESTHESIE
Lokaal
- Lidocaïne 4% in methylcellulose: langer inwerkend.
- butacaïne
- tetracaïn
- cocaïne.
Contra-indicatie
Lokaal anesthetica geven een remmend effect op de epithelisatie van de cornea.
Lidocaïne geeft dit effect niet of nauwelijks.
Therapeutica
Algemeen:
indien atropine onvoldoende effect heeft of gecontraïndiceerd is (glaucoom) en er geen epitheellesies zijn, kan men overgaan tot het gebruik van andere preparaten:
- dionine 2-10% bij zeer pijnlijke diep gelegen processen (iritis, glaucoom, profunde keratitis).
- butacaïnezalf.

ANTIBIOTICA: zie chemotherapeutica

ANTIHISTAMINICA: zie vasoconstrictoren

ATROPINE: zie mydriatica

BLEPHARITIS
Algemeen: wit precipitaatzalf.
Blepharitis
- reinigen met steriele paraffine en NaCl 0,9%
- conjunctivaalzak spoelen of 4 x daags zinksulfaatoplossing 1-2%
- wit precipitaatzalf.
Blepharitis ulcerosa
0,5-1% AfNO3 spoeling of protargol 5%.
Ooglidrand:
precipitaatzalf of tannine 2-4%.
Conjunctiva:
clooramfenicolzalf (beschermt de oogbol).
Ooglid zelf:
- penicillinezalf
- 2-5% ichthyol.
Pijn:
butacaïnezalf 2%.
Parasitair:
- wit precipitaalzalf
- gamma 666
- perubalsem 5-10%.
Fungicide:
- nystatinezalf
- natamycinezalf.
Blepharitis squamosa
- reinigen met paraffine
- spoelen met zinksulfaatoplossing 0,1-0,2%
- wit precipitaatzalf op ooglidrand
- chlooramfenicolzalf op oogbol.
Blepharitis adenomatosa
Ontsteking van de Meyboomse klieren:
- ooglidranden uitknijpen en spoelen
- chlooramfenicol
- wit precipitaatzalf inmasseren op de oogleden.
Blepharitis flegmonosa
- algemeen antibiotica
- Liquor Burowi filtrata
- butaca:inezalf
- antiseptische strooipoeder.
Blepharitis spastica
Spastische ooglidkramp, phtosis bij open oog.
Canthotomie of chirurgisch 1/3 of 2/3 boven het ooglid weghalen.

BLOEDINGEN VOORSTE OOGKAMER
1e dag: adrenaline 0,1%, atropine 1% en chlooramfenicol.
2e dag: mioticum nadat bloeding gestelpt is.
Eventueel 4e-5e dag: punctie.

BRANDWONDEN: zie oogbolbrandwonden

CATARACTEN
Aangeboren-congenitaal.
Verkregen:
- juveniel
- degeneratief
- seniel
- diabetes mellitus
- trauma
- straling
- toxinen
- secundair (glaucoom of luxatie).

CAUTERISERENDE STOFFEN
Fenol:
- verzadigde oplossing
losliggend epitheel
- wegname en activering, indolente ulcera, goed naspoelen.
Kopersulfaatkristallen:
- aanstippen folliculaire conjuncitivitis, zeer goed naspoelen.

CHEMOTHERAPEUTICA
Antibiotica
Tetracyclines
Chloortetracycline- of oxytetracyclinezalf (bacteriostatisch).
De veel in de ogen voorkomende staphylococcen bij de hond zouden goed gevoeling zijn.
Chlooramfenicol
Kleine moleculen, groot doordringend vermogen in de oogbol.
Conjunctivitis
- keratitis
- uveïtis
- iridocyclitis.
Rifamycine
Oogzalf, breedspectrum.
Pennicilline
Gram-positieve bacteriën, speciaal bij konijn (niet bij cavia).
Combinatiepreperaten
- Citomyxinzalf
- polymyxine
- bacitracine
- neomycine (speciaal tegen pseudomonas spp.).
Sulfonamiden
Alleen sulfadiazine passeert de bloed/kamer-barrière.
Sulfadicramide
veel gebruikte zalf, minder goed bij veel purulente uitvloeiing.
Antimycotica:
- nystatin-zalf.
- natamycine-oogzalf.

COCAÏNEDRUPPELS 2-5%
Gevaar: epithelisatieremmend.
(Zie hfdst. anesthetica)

COLLYRIA-oogwaters
Melk (steriel):
- zeer goede buffer
- gladhoudend
- beschermend
- vitamine A bevattend
- zeer milde spoeling
- echter ook eiwitrijk: goede voedingsbodem voor bacteriën.
Bij veretsingen door zuren, basen.
0,9% NaCl
- indifferent
- goed reinigend
- isotonisch.

ZnSO4 0,1-0,2%
Adstringerend. Bij conjunctivitis.

CONJUNCTIVITIS
Acuut:
spoelen met NaCl 0,9% en chlooramfenicolzalf of druppels.
Chronisch:
spoelen met ZnSO4 0,1-0,2% en chemotherapeuticum.
Folliculaire conjunctivitis:
bij gave cornea 6 x daags corticosteroïdendruppels. Bij onvoldoende resutaat afprepareren of nabehandelen, spoelen, chlooramfenicol.

CORNEADYSTROFIE
T.g.v. voedingsfouten, virus, cholesterolneerslag:
vitamine A.
Bij tensieverhoging:
mioticum.

CORTICOSTEROÏDEN
-Remmende werking op ontstekingsreacties van de ogen
- vertraagde wondgenezing
- sterk wisselend effect te verminderen door toevoeging van b.v. vitamine A-olie.
Contra-indicaties
- Epitheeldefecten cornea
- virus-schimmel-bacteriële infectie
- gebrek aan indicatie voor gebruik
- glaucoom.
Indicaties
1. Op allergie berustende ontsteking.
2. Oedemen van oogleden en/of cornea.
3. Iritis, iredocyclitis, uveïtis.
4. Keratitis vasculosa et pigmentosa (pannus), granulatie.
5. Post-operatief ter voorkoming van vaatingroei, oedeem cornea (lensextractie, dermoïd).
6. H.C.C-oog, profunde keratitis.
7. Chorioretinitis, ablatio retinae.
Toediening
a. Lokaal: zalf, druppels.
b. Lokaal subconjunctivaal depot per injectionem (na lokale anesthesie) 5-10 mg (speciaal bij keratitis vasculosa et pigmentosa). Methylprednisolon meest gebruikt.
Peparaten:
- prednisolon met een sterk lokaal effect
- dexamethason diep doordringend effect
- bêtamethason diep doordringend effect.

DIAGNOSTICA
Fluoresceïne-natrium 2% (steriel!):
Opsporen van epitheeldefecten op de cornea, controle is de passage via het traanafvoerapparaat.
Bengaals rose:
binding op aangetaste cornea t.g.v. onvoldoende vocht (keratitis sicca).
Tropicamide:
na ± 20 minuten mydriasis, 4-6 uur werkzaam.
Homatropine 2-5%:
na ± 20 minuten mydriasis, 4-6-uur werkzaam.
Schirmer teartest:
filtreerpapiertjes ter bepaling van de traanproduktie. Normaal bij de hond 19 mm ± 5 (keratitis sicca: 0-4).

FUNGISTATICA
Zie hfdst. chemotherapeutica onder antimycotica.

FLAUCOOM
Amerikaanse cocker spaniel, Basset.
Primair: geen oorzaak.
Secundair: subacute-acute chronische ititis en iridocyclitis.
Atropine gecontraïndiceerd.
- Drukverhoging
- mydriasis
- uitdroging der cornea
- troebeling
- lensverandering-luxatie
- retina-atrofie
- vergroot oog.
Middelen bij glaucoom
Miotica:
Kamervochtafvoer verhogend.

a. Kort werkende parasympaticomimetica:
   - acetylcholine
   - carbachol
   - Pilocarpine 0,5-10% (2% meest gebruikt) In methylcellulose
   langer in contact met de oogbol .
   Overgevoeligheid is mogelijk.
b.Langdurige parasympaticomimetisch effect:
   - neostigmine
   - fluostigmine
   - fysostigmine 0,25-1%
   - ecothiopaat 0,06-0,125-0,25% 1 x daags 1 druppel.
   Bijwerkingen: braken, diarree, hijgen.
   - demecarium bromide 0,25-0,5% 1-2 x daags 1 druppel.
   Bijwerkingen: braken, diarree, hijgen.
Aanmaak kamervocht verlagend:
adrenaline 1%.
Geeft lichte pupilverwijding en kan in combinatie met pilocarpine gebruikt worden: 1 druppel voor de nacht.
Koolzuuranhydraseremmers:
Ook diuresebevorderend.
- Acetazolamide
   hond:
   klein 1 x daags ¼ tablet
   middel 2 x daags ¼ tablet
   groot 2 x daags ½ tablet (tabl. = 250 mg).
   Bijverschijnselen: braken, diarree, sufheid.
- Diclofenamide (Daramide) vermoedelijk minder
   acidose verwekkend, nog geen bijverschijnselen bekend
   hond: 2 mg/kg 2 x daags.
Overige:
- mannitol i.v.: oogdrukverlagend.
- ureum i.v. oogdrukverlagend.
- glycerine oraal: oogdrukverlagend.

H.C.C.-oog - glasoog
Corticosteroïden lokaal: 5 x daags
Decadron met neomycine.

Hg-PREPARATEN (kwikpreparaten)
Wit precipitaatzalf.
Zeer goed bij blipharitis, speciaal demodexpatiënten.

HYPHAEMA
Zie bloedingen voorste oogkamer

HYPOPYON
Etter in voorste oogkamer, oorzaak:
- iritis
- iridocyclitis.
Therapie:
- mydriaticum
- corticosteroïden
- antibiotica.

INDIFFERENTE PREPARATEN
zie vitaminen.

IRIDOCYCLITIS
Lokaal chlooramfenicol.
Eventueel algemeen corticosteroïden.
Chronische iridocyclitis
Moeilijk te onderscheiden van chronische iritis, vlokjes als sluier in glasvocht: glaucoom en eventueel lensluxatie.
- hyaluronidase
- mydriatica
- antibiotica.

IRITIS
Acute iritis
- Hypotensie
- miosis
- infiltratie
- hypopyon
- gezwollen iris
- dof
- grijs
- tremor
- aan cornea oppervlak en diepe vaten
- kan eenzijdig zijn
- minder eetlust
- fotofobie
- trage pupilreachtie.
Therapie:
- corticosteroïden lokaal en algemeen
- prednison in afdalende dosering
- lokaal 0,1% atropine.
- ethylmorfine HCl 2% bij zeer pijnlijke processen
- goed, gemakkelijk verteerbaar voer.
- vitamine A en B, getemperd licht.
Chronische iritis
Hypertensie.
Mydriasis.
Synechia.
Troebelin,g.
Vaak interstitiële keratitis.
Diepere vaten in sclera.
Therapie:
- hyaluronidase s.c. tegen verklevingen, bij hoge tensie
- eventueel adrenaline
- mydriatica als tensie niet te hoog is
- antibiotica.

KERATITIS
Lokaal chlooramfenicol.
Tegen pijn bij profunde keratitis, eventueel ethylmorfine HCl 2%.
Keratitis sicca
- Minimaal 4 x daags spoelen met NaCl 0,9%.
- Gerichte antibioticatherapie.
Vocht op cornea:
- bijv. kunsttranen vele malen daags
- vitamine A druppels op oog
- pilocarpine 1-2% 3 x daags 1 druppel.
Keratitis xerotica
Verhoorning van de cornea t.g.v. vitamine A-deficiëntie.
- Sluiten van de oogleden.
- Irritatie.
Therapie:
- atropine
- vitamine A en B
- verder behandelen als keratitis sicca.
Keratitis vasculosa et pigmentosa
Duitse herder/teckel.
Acuut: rode vaatzônes over cornea.
- Breed gebied
- tranenvloed
- pigmentatie
- lichte spasmus.
Chronisch:
- bruin-zwarte pigmentatie vanuit limbus naar centrum
- vaten en granulatie
- ± geen tranenvloed
- ± geen spasmus
- blindheid
- cornea niet glad.
Therapie:
- 3 x daags spoelen met NaCl 0,9%
- 0,8 ml methylprednisolon subconjunctivaal (teckel 0,3 ml).
- corticosteroïdzalf of druppels 4-6 x daags.
   Na ± 2 weken bij verbetering blijven behandelen:
   2 x daags.
   Hele leven blijven behandelen op zo laag mogelijke dosering.
- prednisolon in afdalende dosering.
Bij spasmus: atropine.
- bestralen met bêtastralen.

KOOLZUURANHYDRASEREMMERS
zie glaucoom.

KUNSTTRANEN
Algemeen op MC of CMC-basis.
Methylcellulose 1,25%.
Goede basis om medicamenten langer in te laten werken.

KWIKPREPARATEN
zie Hg-preparaten

LOKAAL ANESTHESIE
zie anesthesie.

LUXATIE
zie oolbolluxatie.

MIOTICA
zie laucoom.

MYDRIATICA: parasympaticolytica
Contraïndicatie: glaucoom.
- Atropine 0,25-4% als therapeuticum.
Werkt 3-10 dagen.
Pupilverwijdend, licht anesthetische werking, 0,5-1% speciaal bij ulcus cornea, iritis.
Kans op perforatie cornea.
- 4%: voorbereiding lensextractie.
- Tropicamide.
- Homatropine (zie diagnostica).
Bijwerkingen: speekselen, schuimbekken (kat).

OOGBOLBRANDWONDEN en -LETSEL
- 20 minutnen spoelen met 2-3% tannineoplossing
   melk
   EDTA-oplossing.
- Butacaïnezalf.
- Steriele paraffine.

OOGBOLLUXATIE
- Spoelen met NaCl 0,9%
- paraffine
- melk
- zalf
- boter
- slaolie, etc.
Premedicatie narcose:
- oogleden en cornea anesthetiseren
- oogleden sluiten
- flinke hoeveelheid chlooramfenicol- en atropinezalf onder de oogleden brengen.

OOGBOLUITDROGING
zie keratitis sicca.

OOGOEDEEM-OOGLIDOEMEEM
Corticosteroïden tenzij gecontraïndiceerd.
Antihistaminica:
- promethazine
- antistine-Privine (zie vasoconstrictoren).
Algemeen:
- oorzaak bestrijden
- hydrochloorthiazide
- furosemide
Allergie-oedeem
½-1 ampul antazoline (zie vasoconstrictoren).

OOGWATERS
zie collyria.

PROTRUSIO MEMBRANA NICTITANS
bij de kat
Beiderzijds, vitamine B1-deficiëntie.
- Thiamine HCl 50 mg 1 x daags oraal.
- Roborantia (levertabletten oraal).
- Dieet (niet teveel vis of melk).

RETINITS
- Tapetum dof
- Vaten verborgen
- Vvenen wijd
- Arteriën nauw.
Ooorzaak: virus.
- Prednisolon in afdalende dosering.
- Chlooramfenicol 100 mg/kg/oraal.

SCHIMMELINFECTIES
zie chemotherapeutica.

TRAANSECRETIE BEVORDEREND
Pilocarpineoplossing.
Kleine hond 1% 3 x daags 1 druppel.
Grote hond 2% idem.
Overdosering: braken, diarree.

TRAANZAKONTSTEKING: dacrocystitis
- Spoelen met ZnSO4 0,1%.
- Chlooramfenicol.
- Traanbuizen doorspuiten
- Hierna Kanamycinezalf erin spuiten.

ULCUS: nooit corticosteroïden
Oorzaak opsporen en wegnemen (extra ciliën, ook in conjunctivaalzak; hordeolum, 3e ooglid etc.).
Géén oorzaak te vinden:
Per exclusionem een ulcus rodens.
Oorzaak weggenomen:
- spoelen met 0,9% NaCl
- melk 4-6 x daags.
Niet op ulcus:
- chlooramfenicoloogzalf of oogdruppels 4-6 x daags
- atropine 1% zalf (eventueel druppels) 2 x daags.
   Na 10e dag epithelisatie verder bevorderen
   m.b.v. vitamine A, levertraanzalf.
Zéér indolente processen en losliggende randen:
- afwrijven met jodium 2%
- zeer goed naspoelen
- nabehandeling zie boven.
Zéér diepe ulcera:
zelfde behandeling en eventueel het 3e ooglid erover hechten.

UVEÏTIS
- Corticosteroïden lokaal en algemeen atropine 1%.
- Chlooramfenicolzalf-druppels.
- Citomyxine t.c. (Novo)-zalf.

VASOCONTRICTOREN-ANTIHISTAMINICA
Adrenaline 0,1-1%
Oogdruppels of injectievloeistof.
0,1% meest gebruikt om kleine bloedingen te stelpen.
Antistine-Privine:
0,25% nafazoline: lokaal vasoconstrictie.
Bij slijmvlieszwellingen, speciaal op allergie berustende conjunctivitis of reactie na oogbolchirurgie.

VITAMINE,  EPITHELISERENDE en INDIFFERENTE PREPARATEN
- Vitamine A lokaal, oraal
- vitamine C van belang voor kitsubstantie van de cornea
- vitamine B1
- levertraan.
Indifferente preparaten:
- paraffinum liquidum
- kunsttranen.

XEROFTALMIE
Vitamine A-deficiëntie.

Hoofdstuk 17

Inhoud



ANESTHESIE
ANTIBIOTICA
ANTIHISTAMINICA
ATROPINE
BLEPHARITIS
BLOEDINGEN VOORSTE OOGKAMER
BRANDWONDEN
CATARACTEN
CAUTERISERENDE STOFFEN
CHEMOTHERAPEUTICA
COCAÏNEDRUPPELS
COLLYRIA-oogwaters
CONJUNCTIVITIS
CORNEADYSTROFIE
CORTICOSTEROÏDEN
DIAGNOSTICA
FUNGISTATICA
FLAUCOOM
H.C.C.-OOG (GLASOOG)
Hg-PREPARATEN
HYPHAEMA
HYPOPYON
INDIFFERENTE PREPARATEN
IRIDOCYCLITIS
IRITIS
KERATITIS
KOOLZUURANHYDRASEREMMERS
KUNSTTRANEN
KWIKPREPARATEN
LOKAAL ANESTHESIE
LUXATIE
MIOTICA
MYDRIATICA
OOGBOLBRANDWONDEN en -LETSEL
OOGBOLLUXATIE
OOGBOLUITDROGING
OOGOEDEEM-OOGLIDOEMEEM
OOGWATERS
PROTRUSIO MEMBRANA NICTITANS
RETINITS
SCHIMMELINFECTIES
TRAANSECRETIE BEVORDEREND
TRAANZAKONTSTEKING
ULCUS
UVEÏTIS
VASOCONTRICTOREN-ANTIHISTAMINICA
VITAMINE, EPITHELISERENDE en INDIFFERENTE PREPARATEN
XEROFTALMIE